

Sterren-ambitie in de pannen, buurtcafé aan tafel. Zeven tafels, één steeg, geen dresscode.
Een naam op een luifel, een vrouw die niemand ooit ontmoette, en een keuken die elke avond doet alsof zij komt eten.
Lees verder
Zes minuten op de huid. Geen minuut langer.

Citroen erbij. Verder laten we ze met rust.

Zes uur op laag vuur. Wij hadden de tijd.


Voor de deur, tussen de bakstenen, onder de parasols. Bij regen gaan de kachels aan en doen we alsof het zomer is.
Kaarslicht, oude schilderijen, een fles die per glas gaat. Blijf hangen tot de laatste kaars het opgeeft.

Vanaf tien personen schuiven we de tafels aan elkaar en de kaart in elkaar. Zeg maar met hoeveel jullie zijn — wij regelen bord, glas en volgorde.


“Kwam voor één glas. Bleef voor drie gangen.”
“Chique bord, gewone mensen. Precies goed.”
“De friet. Ik zeg niks meer over de friet.”
Drie gangen voor 42, vier voor 52. Of gewoon één ding en een goed glas — dat mag ook.
Twee minuten werk. Daarna hoeft u alleen nog te komen opdagen — en dat doen de meeste mensen.

Er was een naam op een luifel, een dame op een oude reclameplaat, en een steeg waar niemand wilde zitten.
Wij hebben de luifel geverfd, de tafels naar buiten gesleept en de keuken serieus genomen. Het gerucht dat zij hier ooit at, hebben we nooit tegengesproken.
Wat overbleef: een huis dat op een sterrenzaak kookt en zich als een buurtcafé gedraagt. Wit tafellaken hebben we geprobeerd. Het paste niet.


Geen dresscode. Kom zoals u bent, ook met natte schoenen.
Alles wordt gedeeld, behalve de laatste kroket.
De chef vraagt niet of het lekker was. Hij weet het.
Blijven zitten mag. Wij ruimen om u heen.